IV: Methode van onderzoek 2-12









De praktijk van rituelen bestudeer ik door observaties (bijvoorbeeld tijdens  een naturalisatieceremonie) en door te lezen (o.a. Theorizing Rituals: Issues, Topics, Approaches, Concepts. Edited by Kreinath, Snoek and Stausberg, Brill 2006 plus deel II). Door te luisteren (een symposium in Tilburg), te praten (met een neo-paganist of met een goochelaar) en na te denken. Daarbij 'kijk ik door een bril' naar rituelen. Deze bril, dit referentiekader of frame heeft kenmerken zoals:

1: ik combineer de rationaliteit van positivistische wetenschappen (1+1 blijft 2) en de gevoelens vanuit de onderbuik van postmoderne wetenschappen (uit A plus B ontstaat soms synergetisch een C). Noem het een cultuurwetenschappelijke aanpak. Ik zit op de lijn dat de zogenoemde werkelijkheid vaak constructen zijn (dus ik ben erg voor deconstrueren van bijv. huiselijk geweld). Ik ben een functionalist en rituelen zorgen voor structuur, orde, zingeving etc.

2: ik onderken dat er verschillen zijn tussen rituelen beschrijven (descriptief) en voorschrijven (prescriptief), tussen rituelen begrijpen, interpreteren en verklaren. Ik probeer de verschillen tussen waarden en zogenoemde waardevrije feiten, tussen subjectief en zogenoemd objectief, tussen ideeën en gedachten, tussen bijvoorbeeld religie en godsdienst in de gaten te houden.

3: veel hangt af van de context (ik ben postmodernist) en ik vind dat macht binnen rituelen een dominante rol speelt (macht uitoefenen, consolideren, verwerven, vermenigvuldigen). Gevaar bestaat van vastlopen in je eigen concepties en vooronderstellingen waarbij 'alles een ritueel is', zelfs autorijden.

4: Zelden zijn zaken a-historisch, universeel of essentieel (behalve dat mensen waar ook ter wereld van dieren afstammen en alle mensen een notie van solidariteit kennen van wat gij niet wilt dat u geschiedt doe dat ook een ander niet).

5: ik probeer vooringenomenheid te voorkomen (eurocentrisme, gender, etniciteit). Leg nadruk op differentiaties en deelidentiteiten en anders dan Achterhuis op structureel geweld. Ik zoek naar de kleine overlappingen tussen domeinen van het maatschappelijke leven (behoefte aan goede gewoonten op straat, thuis en op het werk). Analogieën tussen bijv. liturgie, volksreligiositeit en alledaagse heiligheid (ochtend sigaret en kopje koffie) vind ik interessant.

6: mijn methode van denken is 'twee stappen vooruit, één achteruit' (Taylor) of beter tien putten van drie meter slaan dan een enkele put van dertig meter diep graven (anoniem). Het concept van het spinnenweb is iets anders dan gedetailleerde web beschrijvingen en mij gaat het meer om essays (probeersels) dan om doorwrochte beschouwingen. Ik vind het inspirerend je vragen te stellen zonder zeker te zijn dat er (al lang) antwoorden op zijn. Ik vraag graag naar de bekende weg, stel dan een enkele keer ongepaste vragen en sla soms opzettelijk verkeerde wegen in. Alles bijeen: open deuren nader bestuderen en 'gesloten deuren' in een schijnbaar blinde muur ontdekken.

7: lezers moeten over een fragment kunnen nadenken, herlezen, wegleggen, iets van je gading vinden en door het geheel kunnen dwalen. Ik probeer de weg van de geïnformeerde redenering (vertoog) te volgen en weet dat kanttekeningen zijn te plaatsen en tegenwerpingen zijn in te brengen.

8: iemand vroeg naar mijn theorieën? a) rituelen zijn uit gewoonten ontstaan door er een verhaaltje of een echte mythe aan vast te plakken, b) rituelen waren er heel veel eerder dan religies en godsdiensten, c) rituelen veranderen maar houden toch vooral machtsverhoudingen in stand, d) ritueelgeweld tegen vrouwen kan beter omgebogen dan verboden worden, e) internet is gunstig voor de ontwikkeling van nieuwe rituelen en f) serieuze ritueelkritiek kan worden beoefent. Bedenk dat dit 'werk in ontwikkeling' is.