II: Tekens en symbolen 9-11











Eerst sta ik kort stil bij tekens. Daarna bij symbolen en vervolgens bespreek ik het voor mij interessantste maar moeilijke tussengebied van versymboliseerde tekens. Zoals de tekens van onze werkster die alle objecten in de kamer verschuift om te laten merken dat ze er geweest is. Ik sluit af met de ombuiging van ritueel geweld door stil te staan bij de meta-vraag Waarom gaat het eigenlijk?

Een teken is eenduidig, nodigt uit tot iets doen, verwijst naar daden, roept een reflex op en over een teken denk je niet speciaal na. Je hebt geleerd te stoppen voor een rood stoplicht, reflexmatig vanuit wat ik als het x-systeem in de hersenen omschrijf, via spiegelneuronen, na-apen en mimicry (parallel-proces). Je leert op basis van patroon herkenning. Het patroon als onderdeel van de werkelijkheid. Bijvoorbeeld het teken van de machinist, dirigent, verkeersagent, een teken (of een gebaar?) van de voorzitter van een vergadering of het versymboliseerde teken  of geritualiseerde gebaar van iemand die opstaat om te laten zien dat hij vertrekt. Iemand die de handen vouwt, doet meer dan een teken geven. De persoon laat weten dat we gaan bidden, geeft een teken als onderdeel van een symboolhandeling, als onderdeel van een ritueel. Het kruisteken gekrast in boom of de beschilderde paaltjes geven klip en klaar de wandelroute aan, er zit geen symboliek bij. Dus rond het teken cluster ik woorden als helder, zuiver, immanent, hier en nu. Teken is een vaststelling, substantieel, eenduidig, indringend, lineair, pijlachtig, zet aan tot reflexmatig handelen en spreekt direct aan. Teken nader onderscheiden van index (voetafdruk), een teken aan de wand (koersdaling), symptoom (huiduitslag), signaal (herkenningsmelodie, fluit, startschot), icoon (paradigmatisch beeld) en als laatste het teken onderscheiden van het symbool dat altijd naar iets verwijst (kruisteken).

Hoe anders werken symbolen! Symbolen verwijzen altijd naar iets en daardoor zetten ze aan tot reflectie, hoe kortdurend dit ook kan zijn. Reflectie vanuit mijn zogenoemde c-systeem in de hersenen, je reageert op basis van symbolische logica, op basis van de stroom van bewustzijn (serie-proces). Vergelijk reflex en reflectie met 'spiegelen'. De spiegel zoals die in de badkamer, de achteruitspiegel, een spiegel in een periscoop, dans- en balletspiegels. Een andere functie krijgt een spiegel die bewust haaks op of recht tegenover een raam is opgehangen waardoor een alsof 'venster' ontstaat. Reflexmatig denken is wat anders dan reflectief denken.

Symbool komt van symballein, betekent samenvoegen, is een teken 'plus', een teken met een samenvoeging, met een gecondenseerde betekenis. Symbolen zijn meerduidig, polysemisch, multivocaal. Symbolen verwijzen naar idealen (vredesduif), utopieën, naar identiteiten (baard) en naar ideologieën (= collectieve transcendentie of seculiere religie), verwijzen naar mentaliteiten (gebalde vuist). Een slang en duivel staan voor iets, verwijzen, zijn meerzinnig, grensoverschrijdend, hebben een brugfunctie, zijn meditatief en reflectief, nodigen uit tot bezinning. Soms zijn er overgangen tussen teken en symbool. Rood is rood in de context van de kleuren oranje en groen en is dan een teken om halt te houden. Rood kan ook een 'holistisch' symbool zijn in de context van een demonstratie. Rond symbool cluster ik woorden als verwijzing, connotaties, multi-interpretabel, contextueel, ambigu, recapitulerend, elliptisch, spiraalvormig, boomerang-achtig, voorbij immanente, transcendentaal, betekenis toekenning, gelaagd, ambivalent, creatief. Symbool is metafoor (slang), paradigmatisch (zoon / vader), synchroon (vaste relaties, gelijktijdig, simultaan) en geframed (vinden plaats binnen frame, stage, plaats, speelveld, ruimte).

Tussen teken en symbool zit een overgangsgebied van verwijzende tekens zoals de voetafdruk van de eerste mens op de maan. De eurocent op een grafsteen in China verwijst naar de Europese bezoeker. De werkster die alle objecten in de kamer verschuift om te laten merken dat ze er geweest is. Drie voorbeelden van net iets meer dan tekens. Het teken is versymboliseerd, verwijst een beetje en kan maar hoeft niet per se aanzetten tot reflectie. Discursieve symbolen zijn de vlag halfstok, loop der geweren naar omlaag en in het grafmonument de fakkel onderste boven. Er bestaan discursieve tekens, iconen op het bureaublad van je PC die woorden vervangen. Er bestaat ook een representatieve symboliek (kruis langs de snelweg) waarbij het teken in één oogopslag wordt herkend en waarbij het niet-aanwezige (het verkeersongeluk) zich presenteert door het aanwezige zowel simultaan als integraal. Ook wel indexicaal symbool genoemd (Kreinath), dat als een vector, in een één-op-één relatie naar zich zelf verwijst. Naast deze 'gevende', representatieve, expressieve symbolen (vinger op de lippen, opstaan voor iemand, stilstaan bij een rouwprocessie, kaars op tafel) bestaan er 'ontvangende', receptieve symbolen, context-bepaalde, niet te verifiëren symbolen (de openstaande kamerdeur van de directeur). Soms zijn dat disguised of gemaskerde verhulde symbolen van het bosje rozen aan de lantaarnpaal. Victor Turner onderscheidt egetische betekenis (eigen interpretatie van voorganger of wat de voorganger zelf zegt, phonemic), positionele betekenis van symbolen (de interpretatie van buiten, phonetic) en de contextuele betekenis van symbolen. Dit gebied omvat versymboliseerde tekens. De materiële roos, de rode roos met gevoelswaarde en de roos als gift proberen te ontsluiten, semiotisch proberen te ontsluieren. Symbolen kunnen degraderen en infantiliseren, leeglopen waarbij de betekenis van het symbool aan kracht verliest (heupwiegen en hoela hoep in Hawaï, driemaal kussen). Het symbool kan ook te heilig, te priesterlijk (hiëratisch) zijn zodat mensen de link niet herkennen (Dank u zeggen in plaats van amen zeggen als je een ouwel ontvangt) ofwel ze zijn te banaal zoals de rouwceremoniële zwartgerande kop en schotel.
   
De archetypische sub-symbolen zijn voor mij belangrijk. Zoals de verborgen hiërarchie van de uitgestoken hand. Of de rechterhand met een hogere status dan de linkerhand, wie geeft en wie ontvangt, wie gaat voor en komt achter. Rechts is schoon, links onrein, body en soul, sterk en zwak, licht en donker, centraal en perifeer, binnen en buiten, groot en klein etc. Vervolgens ontstaat op basis van de impliciete 'verdeel en heers' symboliek een taxonomie van begrippen. Rechts is gelijk aan licht en schoon, naar buiten gericht, groot en op de voorgrond gericht en geeft weg en schenkt. En dat hele cluster komt overeen met 'de soul van de sterke man'. Deze combinaties komen in rituelen versterkt, verdicht, geconcentreerd en symbolisch terug. Is 'het' ritueel principieel rechtshandig (conserverend, intuitief, behoudend met 'het nee, tenzij') of is het ritueel linkshandig (emancipatoir, contra-intuitief, creatief, vrij, vormend, dynamisch met het 'ja, mits')? Is er een relatie met de zogenoemde omkeringen in rituelen?

Bij rituelen gaat het om symboolhandelingen, niet om daden. Bij een daad doe je iets afgeronds, je stelt een daad, neemt het woord, geeft een teken, maakt een gebaar, doelgericht, efficiënt. Bij een symboolhandeling is het eigen lichaam er meer bij betrokken (opstaan, naar voren lopen, knielen, handen vouwen, stilstaan etc.). Handelingen kennen aspecten, vanuit welk perspectief handelt iemand? Praktisch handelen, intentioneel handelen, verstandig handelen, handelen vanuit behoefte aan zingeving. Ook al gaat het om één lege jampot, je vult de glasbak vanwege het milieu. Er een goede gewoonte van maken, een goede daad verrichten. Iets bijzonders doen (afval scheiden) door er betekenis (goed voor milieu) aan te geven. Dergelijke gewoontes worden op de duur gekoesterde zingevende handelingen die ijkpunten of 'eilanden in het leven' vormen (milieu, aardig voor elkaar zijn). Maar niet altijd; denk aan schelden, vloeken en de opgefokte taal van hate speech. Denk ook aan uitspraken met een wens als goede gezondheid, behouden vaart, gezegende maaltijd. De kracht van het ritueel hoeft niet in de eventueel uitgesproken (talige) woorden te zitten; symboolhandelingen zijn vaak non-verbaal, zijn uitingen van 'stille taal'.

Een apart onderwerp is de vraag hoe geritualiseerd fysiek geweld om te buigen naar niet-fysiek, symbolisch geweld.  Hoe de uitvoering van sommige rituelen te verdunnen of om te buigen door de mythe, het verhaal met opzet te verwateren (eerwraak). Ik maak onderscheid tussen de (meta)zin van een ritueel en de precieze vorm van het ritueel of  de wijze waarop het ritueel volgens de regels van de kunst wordt uitgevoerd (vrouwenbesnijdenis). De vraag naar de zin is Waar gaat het ongeveer om? Die meta-vraag is van een geheel andere orde dan Waar gaat het precies over? Waar gaat het ongeveer om? maakt gebruik van de taal in de 'tweede graad', maakt gebruik van symbolen, mythes en connotaties. Het gaat dan om de reflecties die worden opgeroepen, dat is allemaal metataal. Vervolgens beginnen de interpretaties die eindeloos doorgaan, interpretaties van interpretaties, als bij de Talmoed, de psychoanalyse en in de scholastiek (George Steiner). De vraag is dan of de primaire bron (het metaverhaal van het ritueel, het uitgesproken gedicht) niet belangrijker is dan de tweede, derde en overige bronnen (de interpretaties). Ook bruikbaar voor de analyse van rituelen zijn de begrippen manifest niveau, het waarneembare niveau van het schaakbord tegenover het immanente niveau of dieperliggende niveau van de schaakposities of stellingen. Daarbij onderscheid je de stellingen op het schaakbord van de posities van de individuele schaakstukken. Wil je ritueel geweld tegen vrouwen, op het schoolplein of onder hooligans ombuigen, richt je dan op het meta-niveau van de symbolen en mythes, op de ingenomen stellingen, op de vraag Waarom gaat het eigenlijk?

Als je via de mythe of het metaverhaal iets aan een schadelijk ritueel zou willen veranderen dan zijn woorden belangrijk. Ongewenste intimiteit werd ongewenste omgangsvorm, eerwraak werd eergerelateerd geweld en vervolgens huiselijk geweld . De vraag is of bij ombuigen onschuldige toevoegingen en vervangingen en een ander woordgebruik niet beter werken dan een verbod of eliminatie van de om te buigen mutilerende onderdelen van het ritueel. Schadelijke mythes en mutilerende rituelen 'bestelen' (Barthes) door haar oorspronkelijke connotatie te ontvreemden. Vertrekken vanuit een bestaand ritueel (clitoridectomie) en die ombuigen tot een half kunstmatig (besnijdenis op de polikliniek), deels geïmiteerde nieuw geconstrueerd ritueel (druppel bloed op laken) waarmee het eerste (schadelijk en mutilerende) ritueel van een opgelegd masker wordt ontdaan, minder vanzelfsprekend wordt gemaakt, eventueel bloot wordt gelegd, in ieder geval tot ironie wordt herschapen .