Sport en spel 9-11









Hoe vreemd het ook klinkt, dieren sporten niet. Dieren hebben ook geen religie of godsdienst en in de dierenwereld zijn ook geen kunstenaars. Maar poesjes kunnen heel goed spelen, kemphanen hebben hun rituele dans en nachtegalen zingen. Bij mensen hebben spelen zich geëvolueerd tot sporten (Olympische Spelen), rituelen hebben geleid tot religies en godsdiensten en vanuit ritme en zang hebben vele kunstuitingen zich ontwikkeld. Sport, spel en kunst benader ik vanuit een metanalyse om de relatie met rituelen in beeld brengen. Een boksmatch, een Japanse zwaardvechter (kunst, spel of sport?), judo, paardendressuur, ijsdansen, sportvissen, jagers al of niet op vossenjacht, bridgen en stierenvechten hebben allemaal hun eigen rituelen. Ritueel omschreven als symboolhandelingen volgens een bepaalde traditie en regels en in aanwezigheid van anderen, soms een deelnemend publiek. Bij veel sporten gaat het vooral om doen en daden (boksen), bij enkele sporten meer om handelen (schermen, boogschieten, evenwichtsbalk) en weer andere sporten gaat het vooral om het spel (kunstschaatsen). Interessant is dat DOS-kinderen alleen keeper in de goal kunnen zijn, de goal als eigen te verdedigen (rituele) ruimte. Een voorbeeld van een gedeeld ritueel is de traditionele joel voor de hockeywedstrijd als performance van 'kijk ons eens' en het overeenkomstige gedrag van sommige genodigden tijdens een vernissage in een kunstgalerie. In beide situaties gaat het om geritualiseerde gedragingen.

Om de relatie met rituelen te verduidelijken benader ik sporten en kunsten in de breedte. Ik wil niet smal en diep bij één sport of één kunstvorm stilstaan. Binnen en tussen sporten en kunsten bestaan overeenkomsten en verschillen. Het competitie aspect, er beter in worden, spelregels, in de sport is het meestal binair, goed of fout, de toeschouwers die bij vele sporten essentieel zijn, de vrijheid om als sporter er mee te stoppen. Kunst is het eindproduct van een worsteling om de werkelijkheid die ons bevattingsvermogen te boven gaat, uit te beelden. De toeschouwer, lezer en luisteraar zijn voor veel kunstenaars essentieel. Kunst gaat om schoonheid en de kunstenaar kent de innerlijke noodzaak om iets te scheppen. Vele kunstenaars kunnen in tegenstelling tot sporters niet zomaar stoppen. Een vraag zou kunnen zijn of hedendaagse media-afhankelijke kunstenaars meer als sporters bezig zijn. Dus als kunstenaars die indruk moeten maken en succesvol willen zijn of er anders direct mee stoppen. Tussen traditionele kunst en rituelen lijken mij overeenkomsten te bestaan. Van Beek's citeert in zijn oratie de volgende zinsnede: sport genereert heftige emoties via derden in omschreven ruimten en volgens vaste regels en symbolen. Deze zinsnede zou ook een omschrijving van het ritueel kunnen zijn.

Ik denk dat spel en ritueel evolueerden tot sport resp. godsdienst. Bekend van sommige sporten is de voetbalverdwazing rond instituties als het WK-voetbal (Joep de Hart SCP) met oranjekoorts (bestaat sinds de opkomst van kleuren TV in 1974), sportief nationalisme met intense identificatie met wat er op het veld gebeurt. Kenmerken zijn de gedeelde beproeving, emotionele identificatie, ervaringshonger, kicks zoeken, beleveniscultuur, ervaarbaarheid van alles, sociale bedwelming, verdovende werking van de herhalingen van sublieme goals, de lichamelijkheid van de wave en thuis op de bank meeschoppen net als in je stoel mee bewegen met TV-ruitersport als uiting van lijfelijke deelname, van belichaming. Mijn pleidooi is van sporten enigszins terug te keren naar spelen, van godsdienst en religie terug te gaan naar rituelen en kunst 'tegen het licht te houden'.

Zijn sport en kunst de snelst groeiende religies? Voor Sloterdijk is er geen principieel verschil tussen sport, kunst en religie. Behalve het relatieve verschil dat je in de sport precies weet wat je moet doen (harder proberen te rennen dan de kampioen en in de kunst en religie je dat niet weet, volgens Sloterdijk). Sport noemt Sloterdijk spierenreligie. Het zijn immuunsystemen waarbij de nadruk niet licht op afweer - zoals bij lichamelijke immuniteit - maar immuun in de oorspronkelijke betekenis van buiten de orde plaatsen, afzonderen, immuniteit schenken, profane opheffen. Ik denk dat Sloterdijk ook in zijn laatste boek over de noodzaak je leven te veranderen weliswaar spreekt over sport en religie maar rituelen bedoelt. Als je bij dit alles stilstaat, merk dan ook op de woorden sport, sport (be)oefenen en sporten. Een analoog werkwoord van sporten in de kunstsector, het werkwoord 'kunsten' of 'kunst beoefenen' bestaat niet. Een werkwoord als 'ritueleren' of 'rituelen beoefenen' bestaat evenmin maar geloven en een geloof beoefenen bestaan als woorden weer wel. Over nadenken.


NB: De openingsceremonie van de Olympische Spelen in Beijing om 20.08 op 8-8-2008 hebben Gerard Lukken en ik met een rituologische bril op bekeken. De ceremonie was perfect. Onze vier aandachtspunten waren min of meer: symbolen, tradities, regels en, theater.

Symbolen: naar wat werd verwezen? Het ging om mondiaal broederschap, om sportcompetitie in plaats van oorlogen, om fair play ed. Het metafysische, transcendentale, basaal-sacrale van de openingsceremonie moest ambigu, multi-interpretabel maar ook een beetje te snappen zijn. Geloofwaardigheid was belangrijk. Er ontstond een gevoel van gemeenschap, je werd deel van de achterban. Ontstond zoiets als awe, een Olympische ervaring? Er was voldoende diepgang, catharsis inclusief sublieme sensaties. Logo uitstekend. Uitingen - hoe minimaal ook - van populisme, patriottisme, etnocentrisme, racisme, religie, klimaat en seksisme waren afwezig. Politiek was taboe van de kant van de organisatie, deelnemers en meeste toeschouwers.

Tradities: om de vier jaar, eerdere gastlanden, vlam, de historische context en continuïteit waren evident en duidelijk. Inculturatie met tevens nadruk op eigen identiteit stond vrij centraal. Ceremonie stond zonder twijfel boven het dagelijkse, was hype-overstijgend. Ongepast is dan misbruik of verdraaiingen van verleden, te alledaagse invloeden, actualiteit en dus werd niet naar eventuele afwezige hoogwaardigheidbekleders verwezen.

Regels: script, mise en scene, regie, statigheid, protocol, formeel, structuur was allemaal evident met nadruk op perfectie, niets onverwacht, alles te voorspellen, gespeelde spontaniteit zonder hypocrisie. Met 'spontane' demonstraties buiten het stadion werd op gepaste wijze omgegaan. Iedere spoor van chaos, rondhollende pers en duidelijk zichtbare Tv-apparatuur ontbrak.

Theater: het stadion, de weg er naar toe, decor, vuurwerk etc. was polisensorisch (kleur, licht, geluid, stilte, meedeinen, beweging) en esthetisch. Maakte diepe indruk, was overdreven maar met mate, getuigde van goede smaak, nadruk op lichamelijkheid en kleding en veel aandacht voor vrijwilligers. Ontstond er een flow? Weinig woorden, veel beweging, muziek zonder in/extensiviteit, geen reclame en men waakte voor verkitsching en vulgarisering.