Omschrijvingen van begrippen 9-11












Zijn er mensen die meer gevoel voor goede gewoonten en rituelen hebben dan anderen en zo ja, wat is dat dan? Delen zij iets met liefhebbers van theater? Kan iemand totaal géén gevoel voor rituelen hebben net zoals er amuzikale mensen zijn of iemand die geen gevoel voor humor heeft. Ik denk dat rituele gevoeligheid te maken heeft met gevoel voor het alsof (faken), met een gevoel voor het spel. Of er een rituele gevoeligheid bestaat, brengt mij ook bij dieren. Eerst omschrijf ik enkele begrippen.

Rituelen
Rituelen zijn symboolhandelingen met het doel een zingevende structuur in het leven te scheppen . Mijn nadruk ligt op de functie van het ritueel (= structuur in het leven scheppen) en op het specifieke doel van de structuur (= zingeving). Bij rituelen gaat het mij primair om de praktijk en de gedeelde ervaring (etiquette aan tafel). Snoek noemt het ritueel een fuzzy begrip. Terecht want ik beschouw het ritueel ook als een behoefte en verlangen (elkaar cadeaus schenken). Rituelen zijn zelfs als ideologie en religie op te vatten (Gouden koets en de opening der Staten Generaal). Structuur scheppen is vaak orde aan brengen, kader geven, risk management, in situaties van tijdelijke structuurloosheid, wanorde, onzekerheid en conflicten met hulp van het ritueel de orde proberen terug te brengen. De orde en structuur, de patronen en de gewoontes werken als rustig wentelende vliegwielen van het chaotiserende bestel waarin we leven (de orde van de feestdagen in het jaar). Deze vliegwielen zorgen voor een constante flow van geritualiseerde handelingen en die geven handelingszekerheid (de begroeting), formaliseren de omgang (flirten), markeren overgangen (rites de passage), consolideren macht (huwelijk), kanaliseren geweld (bokswedstrijd), beperken conflicten (time out nemen), faciliteren zaken doen (corprate rituals) en scheppen conventies (etiquette). Ik maak bij al deze handelingen onderscheid tussen waar het om gaat en, waar het over gaat. Waar het om gaat, noem ik het 'lichte' concept van het rituele (het spirituele, religieuze, politieke), het ritualisme, de rituele houding, attitude, gezindheid. Dit 'lichte' concept toont opzettelijk wazig waar het om gaat. De geritualiseerde handelingen (het 'zware' concept) toont waar het over gaat en verwijst daarbij naar 'zo hebben we dat precies geregeld'. De traditie, het script en de regels zijn dan primair. Bijvoorbeeld bij vrouwenbesnijdenis haal ik de mythe rond clitoridectomie ('licht' of, waarom gaat het eigenlijk?) en de feitelijke besnijdenis op zich ('zwaar' of wie doet wat en waarover gaat dit precies?) uit elkaar. Hoe de plechtigheid, de ceremonie precies wordt uitgevoerd en de gelegenheid met alle toeters en bellen is ingevuld, zijn voor mij minder interessant dan het feit dat iemand ritualiseert. Ook bij het geloof kun je onderscheid maken tussen 'dat ik geloof' versus 'wat ik geloof'. Loose spreekt van Wat ik doe (quae) en Dat ik iets doe (fides qua). Nog nadenken over het 'lichte' van noties als ietsisme, het ware, het schone, het theaterlijke, het Joodse en of je kunt spreken van 'het rituele'. Geeft 'het rituele' een metaniveau aan? Bij gevoel voor rituelen denk ik vooral aan 'het rituele', aan een gevoel voor het 'lichte' concept. Zelfs winkelen of fietsen heeft iets van een ritueel want opeens wordt het een spel om iets en vertoning van iets.

Rituelen zijn gewoontes maar gewoonten hoeven helemaal geen ritueel te zijn. Dit gegeven is belangrijk omdat ik soms het verwijt krijg dat ik van alle handelingen die mensen gewoonlijk doen, een ritueel maak. Gewoonten zorgen voor gedragspatronen, maken van onderdelen van het leven eenvoudige repertoires (tandenpoetsen), je hoeft niet steeds na te denken (autorijden). Om te overleven zijn gewoontes van groot belang. Want goede 'gewone' gewoontes vormen de alledaagse routine en vanuit een ingebakken tweede natuur doen we deze zaken blind automatisch, reflexmatig (met x). Reflectie (met een c) komt er niet aan te pas want vele gewoontes gaan onbewust. Vele gewoontes zijn 'stil' (in de winkel aan de kassa afrekenen en niet voordringen). Dergelijke gewoontes worden nauwelijks opgemerkt totdat iemand je onvriendelijk of tegen de gewoonte in, helemaal niet groet, voordringt of een scheet laat. Een gewoonte als begroeten is dan doorbroken omdat groeten een 'gewoonte plus' is. De 'plus' van een gewone groet kan in bijzondere situaties minimaal zijn. Als voorbeeld deconstrueer ik, beschrijf ik de gelaagdheid van de begroeting van twee in een lege straat elkaar tegenkomende min of meer onbekenden. In de buurtwinkel groet je bij binnenkomst zonder erbij na te denken. Maar als je in een lege straat een onbekende van een afstand benadert, kan de 'plus' van de begroeting verschillende vormen aannemen zoals (1) de symboliek van de glimlach die ontwapent (=de tanden niet tonen), (2) het ja-knikje met het hoofd (=kwetsbare hals tonen), (3) de hoed afnemen (=helm afzetten), (4) handen uit de zakken halen (=tonen dat je geen mes in je hand hebt)), (5) de verwijzing van de begroeting (naar eventuele voorafgaande keren dat we elkaar tegenkwamen), (6) de cliché in de groet 'goeden dag' (=wees gerust) en (7) de meta-betekenis van de begroeting (we hebben iets gemeenschappelijks, we delen mores). Het lijkt dus een simpele begroeting maar er kunnen vele lagen onder zitten. Als de begroeting een gecondenseerde, geformaliseerde, gestileerde en ge-eleveerde gewoonte is geworden, spreken we van een geritualiseerde begroeting die uiteindelijk kan overgaan in een grootschalig begroetingsritueel (omhelzen, huggen).

Bij het woord rituelen moet je ook denken aan rite, liturgie, eredienst, mis, congregatie, cultus, plechtigheid, ceremonie, 'onze gewoontes en tradities' , op onze wijze of manier van leven, zoals het hoort, goede manieren, volgens conventies en regels, je gedragen, etiquette, decorum, reglement, principes, wettelijke regels, do's and don'ts, etc. Sommige hiervan hebben een negatief imago zoals rites en conventies vanwege de associatie met versleten, buitenissig of juist leeg, beperkend, sta in de weg en nutteloos.

Ritualisering

Ritualisering van gewoontes vindt in de marges van gewoontes plaats. De prikkel daartoe is de behoefte er een 'plusje' aan te geven (= betekenisgeving en zingeving). Het toont hoe wij de alledaagse wereld interpreteren. Zo zijn bijvoorbeeld de gewoontes binnen de bureaucratische logica geritualiseerd. Er is een super human agent - waarover later - die binnen de corporation aan de regels van het kantoor, bedrijf of de fabriek een metafysische legitimiteit verschaft en door zich aan de corporate rituals te houden, bieden de regels iedereen binnen de organisatie mogelijkheden tot identificatie. Deze verborgen rituelen (tacit rituals) of ritueelachtige gewoontes (ritoïden) werken als een 'waas' opgetrokken tussen hoe 'het is' en hoe het zou kunnen zijn, het 'alsof'. Het gaat om gratuite handelingen 'um sonst' met een betekenisvolle nutteloosheid (opstaan voor je meerdere). Er gebeurt iets met mensen dat lijkt op wat Foucault opmerkte over knielen: ik weet dat ik kniel, ik weet waarom ik kniel maar wat knielen doet, weet ik niet precies. Ritualisering doet mensen veranderen, doet letterlijk iets met bijvoorbeeld werknemers. Soms kan een gewoonte als regelmatig ziekenhuisbezoek onverwacht problemen opleveren. Denk daarbij aan de situatie dat we voor een lange tijd afscheid moeten nemen of een preterminale vriend vaarwel zeggen, hoe doen we dat?

Het ritueel als fenomeen is op twee manieren te benaderingen: van buiten naar binnen en, omgekeerd. Eerst het ritueel als model for (Geertz), als maatschappelijk fenomeen. In de traditionele antropologie ligt de nadruk op de betekenis van het ritueel sociaal verankerd in de cultuur. Nadruk ligt op categorisering (relaties, economisch, politiek, religieus), op de representatieve anekdote, op culturele performances en dus op de publieke functie van het ritueel. Voor sommige antropologen bestaan er zelfs geen individuele rituelen. Voor mij is de ordening van de buitenwereld met behulp van gewoontes en rituelen inderdaad een belangrijk aspect maar om wiens wereld gaat het en welke roots zijn van belang? Mij gaat het dus ook om binnenwerelden. Ook al is het ritueel altijd een tweerichtingsverkeer tussen individu en gemeenschap, langzaam aan krijgt de (urbane) antropologie meer belangstelling voor de individu-georiënteerde 'bottom up' benadering van het ritueel, voor het ritueel als model of (Geertz). De inbreng van individuele mensen in de cultuur staat daarbij op de voorgrond naast de traditionele vraag hoe de cultuur mensen 'top down' beïnvloedt. Mijn benadering gaat ervan uit dat gewoontes, routines, regels en herhalingen altijd een ritueel-achtig element met zich meedragen. Ik zit duidelijk op de bottom up benadering van het ritueel van binnen naar buiten (de knuffel van een kind en individuele rituelen). Godsdienstige rituelen, rites vormen een fractie van alle rituelen en ik spreek dus liever van seculiere rituelen en zou zelfs het woord seculier daarbij willen vermijden. Ik kies voor een evolutionaire benadering (rituelen bij dieren), voor een ritueel zesde zintuig (aanleg tot rituele gevoeligheid), voor ritualisme. Ritualisme omschreven als de noodzakelijke waardering van de meta-betekenis van gewoontes en routines waarbij rituelen hoe grootschalig ook (koningshuwelijk, opening Olympische Spelen) uiteindelijk verbijzonderingen van alledaagse goede gewoonten zijn.