Dagboek 2-12














Na één dag Israel ga ik opzoek naar een opschrijfboekje. Namen, adressen voorin en vanaf halverwege komt wat ik mee maak. Ontbijt in een kibboets gevolgd door een bezoek aan een begraafplaats. Een verhit gesprek in de middag, vele ervaringen van de dag moeten een plaats krijgen. Al schrijvend ontstaat orde in mijn wanorde.

Het bijhouden van mijn dagboek in Israel is het rijmen van het ongerijmde. Het gaat mij om inzicht in wat me overkomt, minder om een overzicht van de dag. Iets vastleggen dat anders wegglipt. Voor het slapen gaan, de gebeurtenissen van de dag ordenen, dat wil zeggen gebeurtenissen een betekenis geven.

Alles bijeen was het bijhouden van mijn dagboek een symboolhandeling waarbij de handeling verwijst naar het dagelijkse gebeuren dat wanordelijk en ongestructureerd leek. Ik paste regels toe zoals het enigszins ceremonieel ervoor gaan zitten om te beginnen met schrijven en de dagelijkse herhaling van deze handelingen tot mijn verblijf voorbij was. Het bijhouden van dit dagboek lijkt mij meer dan een tijdelijke nieuwe gewoonte. De meerwaarde zit in de functie van de herhaalde handeling en die functie is het scheppen van tijdelijke orde en structuur in het leven.