Liminaliteit of 'Hier noch daar en tijdloos' 1-12
Onlangs moest ik vanwege een vertraagde vlucht enkele uren wachten. Wat mij overviel, valt nauwelijks te beschrijven. Van A naar B, wat zit er tussen? Tussen land van herkomst en land van aankomst moeten vluchtelingen ook vaak wachten. In opvangcentra verblijven, soms een vol jaar. Wachten in een ziekenhuis is evenmin aangenaam. Dit zijn zeer uiteenlopende situaties waar het kan gaan om wanneer vertrek ik, krijg ik mijn verblijfsvergunning of zal de uitslag van het onderzoek tegenvallen. Ik ben op zoek naar de analogie tussen deze voorbeelden en richt me daarmee op de overeenkomsten tussen deze 'appels en peren'. Zijn er behalve emoties die specifiek horen bij ieder van de genoemde situaties ook gevoelens die overeenkomstig zijn? Sensaties die bij alle mogelijke ongewone en onzekere grensovergangen horen. Meta-sensaties die bij iedere overstap worden ervaren. Zelfs bij slootje springen. Een rite de passage als huwelijk of de overgang naar pensionering is evenzo een grensovergang waar je, hoe kortdurend ook, hier noch daar en tijdloos bent. Ik wil proberen die tussentoestand te schetsen, de staat waarin je verkeert als je niet meer bent wie je was en nog niet bent wie je moet worden.
Overgangen en doorgangen
Binnen alle overgangen zit een grensovergang en vaak is dat een drempel. Het Latijnse woord voor drempel is limen dat een relatie met ons woord limiet heeft. Die drempel - en daar gaat het om - kan heel verschillende vormen aannemen. De grensovergang kan een onopvallende deurdrempel zijn die je net zo ongemerkt passeert als ik mijn verjaardagen. Een andere keer lijkt de drempel hoog en voelt het meer als een breuklijn. Afscheid voor langere tijd moeten nemen. Er zijn ook overgangen die lang duren, rouwen bijvoorbeeld. Het gaat mij vooral om aanhoudende of zelfs slepende overgangen zoals het werkwoord puberen aangeeft. Tegenover klip en klare overgangen als de eerste menstruatie of het eerste zwemdiploma plaats ik emoties die passen bij trage overgangen, die lijken op enge tunnels waar je doorheen moet kruipen. Het gaat mij om grenservaringen, de zogenoemde liminaliteit die hoort bij overgangen. Sensaties die doen huiveren als iemand een duistere corridor moet passeren, zich op weg in een tranendal of in een tunnel met licht aan het eind bevindt.
Overgangen (drempels) en doorgangen (tunnels) hebben betrekking op de locatie waar iemand zich ophoudt. De plaats en ruimte worden beschreven. Snel een drempel passeren, zoals bij een vlotte geboorte staat bijvoorbeeld tegenover een trage doorgang via een slecht verlichte wenteltrap die je moet afdalen naar een onbekende ruimte. 'Waar leidt dit heen?' vraagt een pas gepensioneerde op de canapé zich af. Hij bevindt zich op zijn werk noch thuis, hier noch daar, overal en nergens. Het is als een tussengebied dat niet pluis, unheimisch aanvoelt. Het voelt bijna als over-treding.
Doorgangstijd
Liminaliteit heeft betrekking op plaats en ruimte. Een tweede aspect is hoe lang de tocht duurt, de tijdsduur. Je staat aan het begin van een eenzame voetgangerstunnel of je komt een lege wachtkamer binnen. Het gevoel te bungelen, in limbo wachten op bijvoorbeeld de uitslag van een examen. De latente tijd van een half uur, kan ook dagen, zelfs maanden aanhouden. Pubers, asielzoekers, migranten en pas gepensioneerden kunnen aanhoudend in een niemandsland verkeren, in het luchtledige rondhangen. Fysiek grenzeloos én qua tijd eindeloos in nevelen te moeten voortbewegen, om die emoties gaat het mij. Een onduidelijk periode van structuurloosheid of, zoals Turner het omschreef, je in betwixt-and-between bevinden. Je slingert heen en weer of je glijdt weg van A in de richting van B. Liminaliteit is structuurloos. In vergelijking met de oude toestand van A en de toekomstige in B is het nu relatief ongestructureerd. En ik aarzel de passage als een anti-structuur te omschrijven, zoals wordt gedaan. Een anti-structuur is immers ook een structuur. Het is meer metastructuur omdat je boven én tussen twee structuren zweeft. Het is iets wat zich in de plooien van de tijd afspeelt, in de tijd zelf. Denk je in de trapeze sprong van A naar B hoog in de circustent. De gevoelens waar ik aandacht voor vraag omvatten beslist méér dan gevoelens die horen bij verlaten van A en vervolgens aankomen in B. Mijn nadruk ligt op de zwevende toestand tijdens de trapezevlucht, het halsbrekende traject op zich. Het speelt zich binnen luttele seconden af. Mijn zwaartepunt ligt op de uitbeelding van de niet te herroepen duikvlucht, minder op de loslating (vertrek) en het vastgrijpen (aankomst). Welke gevoelens tijdens de oefening op de trapeze hoog in die circustent ook spelen, later zal het publiek ernaar kijken. De ervaren acrobaat heeft inmiddels ontdekt dat op het ogenblik de duiksprong met opzet bijna fout gaat, juist op het moment supreme de adem van het publiek beneden hoorbaar stokt. Terwijl de duikvlucht fysisch in meters en seconden is uit te drukken denk ik dat de huivering overeenkomst vertoont met overgangen die zich over veel langere periodes uitstrekken.
Ontheemde gevoelens uitbeelden
Een uitbeelding voor liminaliteit kan ook nachtzeilen of varen in dikke mist bij storm en zonder moderne navigatie-instrumenten zijn. De lijn van A naar B kan je niet volgen en je vaart evenmin van boei naar boei. In de verte hoor je het melancholische klokgelui van onzichtbare boeien. Er is nauwelijks een navigatieroute, de koers is, ja wat is de koers eigenlijk? Je vaart blind en de regels van het navigeren op zich komen op de voorgrond te staan (Levi-Strauss). Onder een permanente bedreiging van jezelf ontdek je het oereigen naakte bestaan. Je bent ontheemd, wil overleven, de overkant en een veilige haven bereiken. Ook pubers die blijven puberen zitten in een langdurig interregnum, hangen op een (virtuele) plek zonder verankering. Ze zijn voortdurend in statu nascendi. Hun existeren is alsmaar 'under construction' want ook al is hun toekomst ongewis, tijdens de bouw moet hun wereldje wel blijven draaien.
Behalve in metaforen zijn grenservaringen nauwelijks duidelijk te maken. Soms lijken de pro's en contra's van het vooruitzicht in evenwicht, desondanks ben je af en toe radeloos. Liminaliteit kent uitgang noch uitweg, heeft iets onoplosbaar, je weet het niet meer en je wil de handdoek in de ring gooien. Het gaat om een lege ruimte en om leegte, dat net weer anders aanvoelt dan onbewoond. Engelsen spreken van emptiness en nothingness. Sartre gebruikte het beeld van de ronde donut met het luchtledige gat in het midden. Associaties passend bij in-between-and-betwixt zijn 'vlees noch vis', brakwater of stroperig. Zo beschrijft Sartre heel nauwkeurig hoe het voelt om de lepel in de pot met honing te bewegen en hoe het is als een beetje honing aan je vingers komt te zitten. Anderen gebruiken het beeld van iemand in een auto op een onverlichte weg. Hij probeert op de onderbroken witte streep te blijven. Als twaalfjarige alleen in de trein stapte ik op het verkeerde en verlaten station uit. Ik voelde me verloren maar ervoer ook een lichte kick. Vergelijkbare sensaties ontstonden toen we in laag hangende dichte wolken hoog op de kale heuvels van Wales onze weg van steenmannetje naar steenmannetje zochten.
Moeten-handelen-maar-niet-weten-hoe
We dachten aan een zeekaart of een lokale gids genoeg te hebben. Langs de ideale lijn bestaande uit markeringen zoals die van de weg overdag, de rode boeien in het water of in de stralende zon de bergmannetjes, opgebouwd uit hoopjes steen. Maar gezien de omstandigheden zijn we aangewezen op de ruimtes ertussen. Uitgaande van de mistige 'gaten' van de onderbroken lijn op de weg, de onzichtbare boeien op open water en nauwelijks te onderscheiden steenmannetjes proberen we een verbindende lijn te trekken. Telkens dreigen we in de ruimtes tussen de markeringen van A, B en C het spoor te verliezen. Door aardse, soms zelfs ondermaanse omstandigheden wordt het net even anders, de werkelijkheid wordt trippen waarmee we iets moeten. In deze virtuele leegte kan de kick ontstaan, de hallucinatie, de uittreding op zoek naar de essentie. Grenservaringen kunnen dan tot onverwachte lucide momenten en vele creatieve gedachten leiden. In de grenzeloze en tijdloze ruimte, tijdens de liminaliteit ontstaan randrituelen met soms bizarre, tegenstrijdige omkeringen. Antropologen spreken van transgressies. Sommige inheemse volkeren laten in deze periode nagels en haren groeien en binnen bepaalde tradities smeren zij hun huid met feces of stof in, hebben geen eigen namen meer en fluisteren zij in elkaars oren. In de etnografie zijn talrijke symbolen van rites de marge binnen rites de passage beschreven. In vogelvlucht gaat het om de woorden paradoxaal, besmet, onzuiver, zwart en ambigu. Jonge mannen en vrouwen zijn in uiteenlopende initiaties transseksueel of bastaard waarmee kan het vage beeld van grenservaringen scherp wordt weeergegeven.
In onze wereld uiten grenservaringen zich ook in lichamelijke handelingen. Maar hoe precies? De 'onrust in het bloed' roept grenservaringen, grensreflecties, grensbesef op. De 'onrust' van de periode tussen daling inzetten en touch down van het vliegtuig vult zich met clichés als een diepe zucht slaken, een kruisje slaan of rusteloos nagelbijten. Een ander voorbeeld is de rouwperiode na de uitvaart. De nabestaande betreedt een braakliggend terrein, een wijd water, een niemandsland, een oningevulde openheid. Rouwen is grenzen ervaren, wetend dat je erover heen moet maar nog niet kan. Mits herkend èn erkend kan het inzicht van iets te moeten doen maar niet weten hoe, een bron van inspiratie voor een goede verankering in de volgende levensfase zijn. Moeten-handelen-maar-niet-weten-hoe zien we eveneens bij gevangenen na langdurige eenzame opsluiting en bij ijsberende illegale migranten in Niemandsland. Mijn eigen werkende leven als harnas en dan als pensionado mij opeens in een vertraagde trapezevlucht bevinden.
Grenservaringen bieden ook kansen voorbij je zelf te raken. Schotje brouwen en slootje springen lijken op het gezochte luchtledige. En in een meer serieuze omgeving, het dollen in de orkestbak met het stemmen van de leden van het orkest voordat de dirigent wordt binnen geroepen. Met opzet geef ik hier ook het voorbeeld van de cruisetocht waarbij tijdens een nep kaping grenservaringen worden opgeroepen inbegrepen de unieke verbroedering en tranentrekkende foto's na afloop.
Tijdelijke verbroedering
Onder druk van een kaping met gijzeling zien we acuut af van sociale status, macht, bezit, leeftijd en reputatie. Mensen die elkaar nog nauwelijks kennen, verbroederen. In een semi-nachtmerrie voelen we ons between-and-betwixt. De tijdelijke opborrelende gistende en samenklonterende communitas nodigt uit tot nieuwe relaties en halverwege deze droomtoestand ontstaat een nieuwe identiteit. Uit de literatuur weten we hoe mensen vroeger tijdens een volksgericht en meer hedendaags gedurende een stille tocht tijdelijk verbroederen en voor de rest van hun leven veranderen. Na de demonstratieve bezetting van het Damrak zijn we Occupisten geworden. Ik denk dat grenservaringen in het gewone leven eveneens uitnodigen tot gedeelde praktijken. Iedere mens heeft zijn eigenaardigheden en particuliere gewoonten maar in een crisis zijn we tijdelijk homogeen. Er is een gedeeld belang en 'samen komen we eruit'. Mijn ik-bijdrage aan het wij-project. De ene partij wil naar de kerk op zondag, de andere wil dan voetballen en samen zijn we na veel overleg tegen koopzondagen. Via welbegrepen wederzijds eigenbelang ervaren we dat het beter is er een wij-project van te maken. De gedeelde waarden zijn niet absoluut, maar for the time being wel redelijk.
Grenservaringen zoeken
Kan je verlangen naar een lichte huivering, naar een vleugje grenservaring? Zucht naar liminoïde grenservaringen - een beter woord zou ik niet weten -, waar gaat het dan om? Mensen vertrekken als toerist / pelgrim in de richting van Santiago, het populaire bedevaartsoord. Wat zoeken en doen ze precies? Hun (vakantie)reis is moeilijk af te bakenen want wanneer besloten ze te gaan, hoe was hun voorbereiding en hoe zag de dag van vertrek eruit. En omvat hun (pelgrims)tocht ook de terugkeer in Nederland, de foto's, de terugkomdag zes maanden na thuiskomst. De wandelaars zoeken in vrijheid grenzen vanuit een behoefte over the limit te gaan. Fysieke grenzen verleggen, nieuwe wegen zoeken en eventueel regels overtreden. Dergelijk liminoïde gedrag hoort bij vrije tijd, sport en spel. Met de maten van je team wandel je broederlijk naar Santiago de Compostella maar het is en blijft gestileerd spel met theater. Als je wilt kan je ermee stoppen. Van moeten-handelen-maar-niet-weten-hoe is geen sprake. In zekere zin is het even vals als bumpy jumping. Het gaat om bloedstollend ervaringen in de wetenschap dat je zonder gevaar zult aankomen. En dat veilig bereiken is precies wat veelvuldig in ons bestaan ontbreekt.