Inculturatie of cultuurvermenging 2-12
Pasta, rijst en aardappelen, de meesten van ons eten het beurtelings allemaal. Eetgewoonten mengen zich en vaak gaat dat goed. Maar een hoofddoek of elkaar de hand geven kan commotie geven en al snel overweegt de overheid dan maatregelingen. Een productievere weg dan gebod- en verbodsbepalingen is omgaan met elkaar zonder dat culturele wrijvingswarmte ontstaat. Hoe ontstaan culturele wrijvingen en waarom heeft lang niet iedereen er evenveel hinder van? Zijn bepaalde patronen in cultuurmengsels te herkenen? Anders gezegd: Wat gebeurt er als je een beetje migrantencultuur vermengt met de Nederlandse cultuur? Ik richt mijn aandacht op migranten wetend dat ook autochtonen waaronder ik zelf onder invloed van migrantenculturen veranderen. Ik concentreer mij op de dynamiek binnen migrantengemeenschappen. De veranderingen binnen de meerderheidscultuur onder invloed van minderheidsculturen is een ander verhaal.
Cultuurvermenging aanschouwelijk maken, heeft iets geforceerds maar ik doe het toch. In werkelijkheid bestaan er net zoveel mengsels als er mensen zijn maar als ik van enige afstand er naar kijk, observeer ik vier hoofdmengsels. Noem het vier referentie mengsels. Ieder mengsel is samengesteld uit A-cultuur van Nederland plus B-cultuur uit Marokko of Turkije. Voor wat A is, verwijs ik naar prinses Maxima. Ik stel voor dat mengen van cultuur A met cultuur B te visualiseren door twee loodrecht op elkaar staande assen te tekenen. De rechtop getekende verticale as is de 'staande' dominante gastcultuur A De horizontale as is die van een minderheidscultuur B. Hoe verder van het punt waar de assen van de rechthoek elkaar kruisen, des te meer van cultuur A op de 'staande' as en des te meer van cultuur B op de 'liggende' as. Ik ga nu vier vermengingen met de erbij horende kenmerken aanschouwelijk maken. Ik kies voor deze methode omdat bij één van de vier mengsels heel veel wrijvingswarmte vrijkomt en bij andere mengsels weinig tot niets. Deze exercitie is een analytische opmaat voor het antwoord op de vraag, hoe in een pluriforme samenleving aangenaam met elkaar om te gaan. Ik beperk me tot Marokkanse- en Turkse-Nederlanders maar waarom zou mijn analyse met nuanceringen niet ook op bijvoorbeeld Poolse- of Chinese-Nederlanders van toepassing zijn?
Pluriformiteit in vieren ontleed
Ik begin met een bespreking van het mengsel ergens rechtsonder in mijn assenstelsel. Dit zijn migranten die hun B-cultuur hebben opgeklopt (=B2) en de Nederlandse cultuur A radicaal afwijzen. In mijn matrix codeer ik ze als AB2'ers en ik geef ze het etiket van geradicaliseerd. Vervolgens sta ik stil bij de AB'ers van linksonder in mijn assenstelsel. Dit zijn Marokkanen of Turken die door de Nederlandse zeden en gewoonten geïntimideerd lijken. Zij moeten niet zoveel van de dominante cultuur hebben en zij proberen de tradities uit hun land van herkomst B zo goed mogelijk vast te houden. Ik beschrijf ook een derde type dat niet weinig (AB) maar juist heel veel van zowel A als B hebben. Deze A2B2'ers bevinden zich schematisch rechtsboven in het assenstelsel en ik etiketteer ze als sterk geïntegreerde nieuwe Nederlanders. Aboutalib bevindt zich onder hen. In aansluiting op zijn benoeming tot burgemeester van Rotterdam liepen binnen bepaalde kringen de gemoederen hoog op. Hij werd voor niets minder dan NSB'er uitgemaakt. Ik sluit af ergens linksboven in mijn matrix. Zij krijgen het label van de volledig geassimileerde A2B'ers. Onder hen bevinden zich zogenoemde bounty's, bruin van buiten, wit van binnen.
Nieuwe Nederlanders uit Marokko of Turkije nemen binnen dit geschetste krachtenveld van de 'staande' dominante en hun 'liggende' minderheidcultuur uiteenlopende gedragingen of posities in. Ik wil proberen die te verwoorden. De Islam speelt daarbij een rol. Ik beschouw de Islam in Nederland als behorende bij de diaspora van moslims, als onderdeel van transnationale netwerken, als een pluriform geloofssysteem. Naar mijn inzicht kan de Islam zelfs een levensbeschouwing zijn, een levensstijl (Islam light). Islam reken ik tot één van de uitingen van cultuur en ik plaats de Islam nadrukkelijk niet binnen een puur godsdienstig kader.
'Ik schreeuw, daarom ben ik'
De radicalen van rechts onder in mijn matrix zijn van het etnische AB2 type. Zij hanteren een strategie van zelfhandhaving op basis van een nauwelijks onderhandelbare culturele stabiliteit. Andere culturen en dan vooral de Nederlandse wijzen zij af. Zij leven bij voorkeur in geïsoleerde gemeenschappen waarbij men buitenstaanders passeert als schepen in de nacht. Zij verdedigen hun cultuur en accepteren andere culturen eerder uit onverschilligheid dan uit tolerantie. Domweg niet mee bemoeien en je aan je eigen tradities houden. De inhoud is bij AB2'ers exclusief en de vorm is doorspekt van clichés en stereotypie, passend bij een gesloten eigen onvervreemdbare subculturele identiteit. Ik noem ze ontheemd, zij hebben meer op met lokale dan met nationale kwesties; meer clubvlag dan nationale vlag. Radicalen zijn loyaler ten opzichte van familie en de buurt dan met Nederland. Vanwege de neiging identiteiten, levensovertuigingen en levensstijlen publiekelijk ter verantwoording te roepen, vooral in de media, staat hun radicale identiteit onder druk. Critici van radicalen maken nauwelijks onderscheid tussen individualiteit die zelf gewild en gekozen is dan wel of de eigenheid meer een kwestie is van het lot, het besef dat het nu eenmaal zo is en daarmee nauwelijks is te veranderen. Toenemende orthodoxie gaat gepaard met religieus nationalisme en zelfs fanatisme. Bij radicalen past een 'dikke' religie vergelijkbaar met de orthodoxie van christelijke of joodse huize. Extra zwaar aangezet, kitscherig en vaak zijn deze gelovigen even onschuldig als klompendragende Nederlanders in Australië.
De jongeren van het AB2 type zoeken hechte groepsvorming en willen volharden in eigen subcultuur. Hebben hun eigen web-islam met virtuele imams, hun e-mams. Rond single issues versplinteren de leden zich en demoniseren buitenstaanders. Gebeurtenissen (9-11) kristalliseren zich uit in harde kernen of ontstaan spontaan rond een draaikolk van ontwikkelingen (jongeman gedood bij aanhouding of achtervolging). De heftigheid ontstaat hier en nu, kent nauwelijks een voorgeschiedenis, vormt een uitbarsting in hun geschiedenis. AB2'ers zijn niet door grootouders en ooms opgevoed want die bleven achter in het land van herkomst. Neo-tribalisering of de vorming van groepjes leidt tot uiteenlopende subculturen en een militante bewaking van eigen AB2-fundament bestaat zolang relevant. Klassieke tribes daarentegen socialiseren juist, zijn multifunctioneel en de overleving van grootvader, vader en zoon plus de eer van de clan, stam en familie staan centraal. De splintergroepen van geradicaliseerde kennen evenwel nauwelijks diepgaande relaties, weinig empathie en zijn even vluchtig en ijl als de contacten in sociale media. Regelmatige actievoering is belangrijk want leidt tot het samenbrengen van deelbelangen (bij de traditionele stammen waren het de gedeelde belangen die tot uiterst weloverwogen actie aanzetten). Binnen AB2 veel 'Ik schreeuw, daarom ben ik' voortkomend uit angst te verliezen waarbij iedereen weet dat de muur waar overheen ze schreeuwen poreus, van papier-maché is en zo omver gaat.
Mijn assenstelsel visualiseert ook de ideeënstrijd op het middenveld. De radicalen van AB2 van rechtsonder zijn fel gekant tegen de geëmancipeerde migrant van A2B2 rechtsboven in mijn assenstelsel. Zij moeten niets hebben van multiculturele Turkse-Nederlanders. Zij verachten Marokkaanse-Nederlanders die voor de rechten van homo's en vrouwen zijn. Tegenover het islamisme van de radicale AB2 met alle symboliek en extremisme van dien staat Islam light van A2B2. In de ogen van radicalen zijn de A2B2's overlopers, afvalligen of collaborateurs zoals NSB'ers dat ooit waren. Radicalen steken liever het middenveld over en gaan liever om met geassimileerde migranten die zich in het A2B linksboven kwadrant van mijn assenstelsel bevinden. Radicale en geassimileerde migranten hebben een tegenovergestelde strategie van leven in Nederland gekozen. Beide groeperingen weten wat ze aan elkaar hebben.
Oude gewoonten bieden houvast
Het bipolaire AB type, hoe dat te verwoorden? Ik omschrijf de dynamiek binnen deze groep als niet kunnen kiezen. Hun tweeslachtige houding leidt tot ambivalente gevoelens op het werk en tot onzekerheid thuis. Oude gewoonten bieden houvast en zorgen voor steun en solidariteit. Het ambigue gevoel van een vlees-noch-vis-identiteit stimuleert gewoontevorming. Vooral migranten van de eerste generatie kunnen de buitenwereld als vreemd, chaotisch en intimiderend ervaren. Je familie afschermen, tradities proberen te handhaven om daarmee structuur in het leven te scheppen. Het zich houden aan familiegebruiken geeft meer dan de uitoefening van godsdienst dat doet, ruimte waarbinnen men zonder ruzie te maken van gedachten kan wisselen en elkaar kan ondersteunen bij de heropvoeding van afdwalende kinderen. Ondanks al deze inspanningen binnen een AB-familie kan een jongere het opeens 'uitschreeuwen'. en in opstand komen. Het Allah-zoekende lid van de familie kiest dan radicaal voor AB2.
Menging met meeropbrengst
De derde positie rechts boven in mijn assenstelsel is die van het participatie / integratie A2B2 type. Zij staan open voor beide culturen en hebben een dubbele oriëntatie. Zij zijn zowel intercultureel met de nadruk op differentiatie als transcultureel met het accent op overeenkomsten. Zij gedragen zich multicultureel met het zwaartepunt op veelkleurigheid. Zij willen niet perse assimileren, hebben een gematigde houding en zij integreren geleidelijk. Mens-zijn gaat boven God-dienstig zijn. Zij willen vooroordelen voorkomen en weten dat de mix van culturen een meerwaarde heeft, synergetisch kan werken. A+B=C en zowel A als B modelleren zich naar C. Er bestaat een kosmopolitische identiteit met transnationalisme (via familie, etniciteit, religie, gedeelde historie, economisch) en zij weten zich in diaspora. Zij gaan met een evenwichtige, gastvrije en uitnodigende houding terug naar 'roots' en 'routes'. Zij ontwikkelen hun polder-islam, eventueel een Islam Made in Holland. Alles bij elkaar gaat het bij hen om een tolerante inclusieve grondhouding.
Bounty's
Links boven in mijn matrix bevindt zich het nationale / patriottische type van A2B met een uitgesproken oriëntatie op de dominante cultuur zonder veel affiniteit met eigen islamitische cultuur. Zij zijn volledig geassimileerd, zijn opgegaan in de smeltkroes. Hun cultuur heeft zich verdund, is enigszins verburgerlijkt. Met vlag en wimpel doorstaan zij de 'voetbal test', juichen voor het Nederlands elftal dat van Marokko of Turkije wint. Onder de geassimileerde A2B'ers bevinden zich de bounty's, bruin van buiten, wit van binnen. Een bounty is de buitenstaander die via gedeformeerd super A-gedrag een sociale stijger wordt en zich geassimileerd en politiek correct gedraagt. Schematisch aapt B de cultuur van A na door beter dan A te zijn - dubbel zo goed - door van binnen A2 te worden.
Spelen met hoofddoeken
Vergelijk deze (over) geassimileerde met de kenmerken van de geïntegreerde nieuwe Nederlanders. In A2B2 bestaat een balans met een dubbel bewustzijn, van multipele identiteiten en een evenwichtig 'er-zich-tussenin-bevinden'. Een voorbeeld zijn mino's of moslims in name only. Via verstaan en begrijpen komen zij tot hybride vormen van spel, drama en 'teksten' en zij spelen met herkenningstekens zoals hun hoofddoek. De hoofddoek kan dan een campy en cool geuzensymbool worden. In A2B2 heerst een ontmoeten van de ander met als eigenschap dat zij het gezelschapsspel kennen. De rechtsstaat met de openbare ruimte als publieke arena voor debat en dialoog, voor deliberaties rond bijv. wanneer wel of geen hand (terug)geven of opstaan voor iemand van de rechterlijke macht. Er geldt geen thematische rancune, wij/zij is niet bij voorbaat gegeven en het sentiment van 'wie niet vóór ons is, is tegen ons' wordt herkend. Onder waarlijk geïntegreerden bevinden zich Huizinga's homo ludens of 'zij die spelen'. Zij koesteren het theater, laten het toneel in tact en ondertussen komen spirituele elementen van hun religie op de voorgrond te staan.
Elkaar speelruimte gunnen
Aan de rand van het Lage Bergse Bos staat een bord van de gemeente: hier geen barbecues. En in een Vogelaarwijk is op een blinde muur een plakkaat geschroefd met een opsomming van Onze Staatgewoontes. Deze opmerkelijk borden langs de openbare weg lijken me meer dan simpele tekens van gebod en verbod. Het zijn tekenen aan de wand. Deze aanduidingen symboliseren verborgen wrijvingswarmte die vrijkomt als mensen met uiteenlopende achtergronden elkaar tegenkomen. Mijn analyse vraagt niet op maat gesneden wet- en regelgeving. Waarom niet de handhaving van één regel? Mijn vuistregel is dat we elkaar ruimte geven.
Men beknibbelt op elkaars ruimte, zelfs in de digitale ruimte. Voor je het weet, meldt de eerste hate mail zich al aan. Ik heb ervaren hoe de daarop volgende mails nauwelijks nog iets met het onderwerp te maken hebben. Hate mails versturen is vooral stoom afblazen, laten zien dat je er ook nog bent, is uiting van een onhebbelijke gewoonte die samenhangt met gestreste omgangsvormen. Mensen met uiteenlopend pluimage en verschillend gebekt, komen elkaar tegen, in cyberspace of op straat. In de ontmoeting van mensen die zich tot elkaar verdragen zou meer ruimte moeten zitten, hoe summier het contact ook is. Intimidaties via internet, verbieden dat mensen in een gemeentelijk park barbecueën en het dwaze voorstel van een wet tegen burka's, mijn betoog is in de publieke ruimte minder op elkaars nek te zitten, elkaar fysiek en virtueel meer speling te geven. De ultieme lakmoes voor hoe stroef de maatschappij draait, is de hoofddoek. Wie over hoofddoeken en burka's nog gedoe veroorzaakt, bekent kleur, de kleur van onverdraagzaamheid. Sociaal verkeer kent op één hand te tellen regels en straatetiquette beschouw ik als smeerolie van de maatschappelijke machinerie. Hoe iemands gedrag in de publieke arena ook is, mijn pleidooi is elkaar speelruimte te gunnen. Geef de ander een ogenblik de vrijheid er eenvoudig te zijn en zich te verdragen. Speel het spel van de vluchtige ontmoeting lichtvoetig, kom niet direct aan met verkrampt gedrag. Schrap sommige gemeentelijke bepalingen opdat de pastoor in Tilburg zijn klok weer kan luiden en over enige tijd ook de oproep tot moslimgebed in de verte klinkt.