Ritueelkritiek 8-11
Ik wil een ritueelkritiek ontwikkelen. Ritueelkritiek is oordelen zonder veroordelen. Niet als een externe beoordelaar de aanhangers van een ritueel ter verantwoording roepen en al helemaal niet tribunaliseren. Ritueelkritiek gaat om verbeteren (bos rozen bij bermrouw bij voorkeur niet rechtop maar onderste boven aan de lantarenpaal). Net als bij slechte gewoonten kan de uitvoering van een ritueel problematisch zijn omdat het geheel sleets, leeg, vlak, ongeloofwaardig, clichématig, overdreven, decadent overkomt. En niet te vergeten, er zijn gewelddadige rituelen waarop ernstige kritiek valt te leveren. Een ritueelcriticus, de recensist van bijvoorbeeld een publieke uitvaart moet goed en degelijk informeren, kennis en ervaring hebben, gefundeerd en genuanceerd oordelen, consistent en consciëntieus te werk gaan, bescheiden en in bepaald opzicht ook zelfverzekerd zijn. De serieuze recensist stelt zijn of haar voorlopig gevormde mening over het ritueel ter discussie, gaat met zichzelf in debat, geeft de lezer een idee hoe de ceremonie was, er uit zag, klonk en voelde. Let op de verschillen tussen een ritueel verklaren, interpreteren, uitleggen, ontsluiten, van commentaar voorzien en uiteindelijk beoordelen. Mijn vooronderstelling, hypothese, theorie is dat de functie van een ritueel het scheppen van zingevende structuur in het leven is. Vervolgens wil ik ten behoeve van de ontwikkeling van ritueelkritiek nadenken over criteria, kenmerken, eisen, voorwaarden, eigenschappen, punten van aandacht van een goed, adequaat, echt, gepast ritueel. 'Criteria' als - en die moeten nog geordend worden - authentiek, integer, weloverwogen, integraal, gevoel voor traditie, vaker deductief vanuit verleden of geschiedenis, gevoel voor drama, performatief, verhouding top down en bottom up, vanuit geschiedenis, gemeenschappelijk, onderlinge verbondenheid, identiteit versterkend, delend, helend, disciplinerend, gevoel voor orde en regelmaat, kanaliserend, ritmiserend, lichamelijk, herhalend, kaderstellend, toewijding, gevoel voor het metafysische, diepgang, zoeken naar zingeving en betekenis. Ik kies uit deze reeks drie voorlopige criteria en ga daarmee verder om een referentiekader voor evaluatie op te bouwen.
Bij de ontwikkeling van ritueelkritiek denk ik in de eerste plaats aan geloofwaardigheid. De begroeting of de spijtbetuiging is geloofwaardig, overtuigt me, is mij de moeite waard, het is goed, 't klopt, alles valt op zijn plaats, het heeft betekenis gehad. Het had voldoende diepgang, overtuigde, was authentiek en daarmee geloofwaardig. Het ritueel overtuigt ook omdat lichaam en geest erbij waren betrokken. Lichamelijke handelingen, iets doen, stond voorop. Het getuigde van kennis van zaken, was gestileerd, esthetisch. Weliswaar iets overdreven, maar het bleef geloofwaardig. Bij geloofwaardigheid ook nagaan wie zich op overtuigende wijze wat toe-eigent. Zijn de opkomende rituelen van de mensen zelf, spontaan ingevuld met hun eigen spiritualiteit? Zijn wilde rituelen uitingen van ietsisme waarbij de mensen zich stukjes transcendentie toe-eigenen (reïncarnatie wel, vagevuur niet)? Hebben zij zich daarbij ook elementen van kerkelijke rituelen toegeëigend zoals kaars, zang en gebed? Een digitale Klaagmuur, is dat geloofwaardig? Vanuit de andere kant, vanuit kerken eigent men zich de nieuwe rituelen toe door de burgers als verdwaalde schapen te beschouwen. Kerken die voor de eucharistieviering zwervers uitnodigen. Kerkvaders die hun kerk tot turbo-kerk ombouwen en Bisschop met een hoofdletter B schrijven. Of de bouw van een reformatorische megakerk in Barneveld met veluwisering (religieuze migratie). Geloofwaardigheid speelt bij nieuwe rituelen een belangrijke rol.
In de tweede plaats let ik bij ritueelkritiek op het format, frame, kader. Het was goed geframed, de ceremonie had kop en staart, begin en einde, open en dicht, voorgrond en achtergrond, aanvang en slot. De notie framen, het (referentie)kader, de format is van toepassing op ritueel (en op spel en kunst). De mens of groep maakt onderscheid, differentieert en vandaar de vraag naar framen. Alles onder of binnen een Nexus, noemer, dak, context, kader, doel, bedoeling, betekenis plaatsen. De omlijsting, de lijst van een schilderij maakt onderscheid tussen binnen en buiten de lijst en er bestaat een interactie van lijst op inhoud en de lijst op zich. Je kunt reframen, lagen toevoegen, een diepte geven, verdiepen, meerdere sleutels ontwerpen. Frame is dynamisch en werkt op basis van in- en excluderen. Frame als een vlechtwerk, vervlechtend. Het ritueel framed en creëert zichzelf door theatrale symbolische handelingen.
In de derde plaats heb ik bij ritueelkritiek als 'eis' de vraag naar zingeving: waar verwijzen de symboolhandelingen naar, was er iets zingevends, bovenzinnelijk, transcendentaal, metafysisch, spiritueel, sacraal, religieus. Wat in ieder geval niet mag gebeuren, is dat men zich tijdens het ritueel schaamde, onrustig werd, zich ging ergeren, boe ging roepen, wegliep, zuchtte, geeuwde, kreunde, bekken ging trekken. Bij de evaluatie van nieuwe gewoonten en nieuwe rituelen ook nagaan of het een hype is. Rituelen engageren, zijn samengebalde gevoelens en letterlijk buiten-gewoon. Die elementen komen ook bij een hype voor. Bij een hype ontbreekt in de regel de zingeving. Bij nieuwe rituelen gaat het meer om beginnende conventies / regels plus drama opwekken / empathie plus gemeenschappelijke of gedeelde groepservaring plus een hogere bedoeling plus dat er iets uit moet komen (identiteit, gevoel, welbevinden). Een voorbeeld is de landelijke Naturalisatieceremonie die in een kort tijdsbestek in Nederland ontwikkeld moest worden. Grimes maakt onderscheid tussen mimetische kritiek (wat zijn de ingrediënten, onderdelen), formele kritiek (vormgeving), expressieve kritiek (voldoet het aan de verwachtingen, tevredenheid, smaakt het), contextuele kritiek (zijn er alternatieven, context). Ik kan er nog niet zo veel mee omdat zijn nadruk eenzijdig op het performatieve ligt. Nadenken hoe sport- en kunstcritici werken.
Als je over rituelen nadenkt dan is hypocrisie een hot item. Mensen die een hekel aan rituelen hebben, antiritualisten wijzen uit onkunde op het ritueel als zijnde vals, hypocriet, clichématig, onoprecht, ongeloofwaardig, veinzerij, pose, oneerlijk, rouwmisbaar etc. Maar ritualiteit en authenticiteit, geloofwaardigheid of waarachtigheid sluiten elkaar helemaal niet uit. In het ritueel verlies je je profane identiteit door te doen alsof, te faken, door een masker op te zetten. Oprecht veinzen (Kellendonk) en de intentionele goedbedoelde hypocrisie (Mill) zijn dan geloofwaardig. Deze symbolische maskerade gaat over de hoofden heen en achter de ruggen om naar het metafysische. Rituelen gaan over 'zou kunnen', 'had gemoeten' en 'had moeten handelen'. Dus betreft de kloof tussen ideaal en dagelijkse leven, tussen zondag en door de week (anomie). Tussen ethisch ideaal en sociologische werkelijkheid; in de mise en scene van het ritueel komen theorie en praktijk, in de praxis samen. Innovatie en originaliteit spelen in rituelen een ondergeschikte rol.
Ritueelkritiek omvat ook de stelling dat een ritueel altijd beter kan (beter dan wat?). Het moment van markering (rite de passage in de pubertijd bijvoorbeeld) kan een gunstiger prijs / kwaliteit verhouding krijgen. Een Bildungs-vakantie van twee weken in Berlijn of Beijing. Ritueelkritiek moet bruikbaar zijn voor ritueel-ontwerpers, gidsen, begeleiders en ritueelbureaus. Uit evaluaties blijkt dat een laatste groet aan de kist en het persoonlijke karakter ervan belangrijk worden gevonden. De realiteit beter aanvaarden door zelf op de kist aarde te strooien. Maar of de (schoon)zonen uit de familie zelf de kist met moeder moeten laten zakken? Over nadenken.